Zoeken | Sitemap | Links | Contact | Disclaimer | Print Pagina
 

Politiek en bestuur \ Suriname \ Bouterse (1): Met gelijke munt
Bouterse (1): Met gelijke munt

Met Gelijke Munt 

door Henry Does (juli 2007)

Een belangrijk slachtoffer van de militaire dictatuur van Desi Bouterse was de Surinaamse gulden. Na de staatsgreep van 25 februari 1980 bleef Nederland de ontwikkelingshulp aan Suriname voortzetten (!). De decembermoorden in 1982 maakten daar een eind aan.  De economische situatie verslechterde in rap tempo. Ook vanwege de ongebreidelde corruptie. Met de staatsgreep had de Rekenkamer opgehouden te bestaan.

De onlangs overleden Ernie Brunings, oud-minister van Planning en Ontwikkelingssamenwerking en voormalig hoofd van het ‘wetenschappelijk bureau’ van de NDP van Bouterse beschreef de situatie als volgt: “Wie een activiteit wilde ontplooien moest eerst bij hem (Bouterse) langs. En dan eiste hij zijn deel. In ruil daarvoor gaf hij vergunningen en goedkope dollars. Hij was regeringsleider, hij had zeer gemakkelijk toegang tot de bronnen.” Het regime trachtte zijn geldgebrek niet alleen te compenseren met drugshandel – Bouterse zou later, ook in cassatie, in Nederland veroordeeld worden voor cocaïnesmokkel – maar ook door het laten draaien van de geldpers. De munt devalueerde in rap tempo, een gierende inflatie ontregelde het economische leven. Berucht waren de beelden van de stapels waardeloze bankbiljetten die vaak nog geen dag koers konden houden. Speculatie en zwarte valutahandel vierden hoogtij. De bevolking betaalde het gelag. De schappen waren leeg. Ouderen zagen hun pensioen verdampen.

Een van de belangrijkste verworvenheden van de democratische regering van Ronald Venetiaan is dan ook het herstel van de monetaire stabiliteit. Met de Surinaamse dollar heeft de economie weer de betrouwbaarheid van haar onmisbare meeteenheid terug en daarmee een stuk vertrouwen voor investeren en ondernemen. De verwoording van de enerverende, creatieve en volhardende strijd om herstel van de monetaire stabiliteit in post-dictatoriaal Suriname, vormt het fascinerende hoogtepunt in het dit jaar verschenen boek ONTSPORINGEN OP DE WEG NAAR MONETAIRE SOLIDITEIT – de drie fasen in het bestaan van de Centrale Bank van Suriname, 1957-2007. Aan het eind van zijn doorwrochte analyse concludeert de Surinaamse auteur en oud-president van de Centrale Bank van Aruba dr. A.R. Caram dat “de Bank hard op weg is de gevolgen van de monetaire ontsporingen te boven te komen en als een solide monetaire autoriteit haar vertrouwde, gerespecteerde en gezaghebbende plaats in de gemeenschap te herwinnen.”

Architect van het historische succes op monetair gebied is de huidige Governor van de Centrale Bank, André E. Telting. Hij kreeg daarvoor van President Venetiaan de hoogste onderscheiding van de Republiek: Drager van het Grootlint in de Ere-Orde van de Palm. Telting stond ook aan de wieg van de Wet op de Staatsschuld en de wijziging van de Bankwet. In deze twee wetten, die beogen het vertrouwen in de munt te versterken, zijn zware strafsancties tegen de minister van Financiën (staatsfinanciën, staatsschuld) en de President van de Centrale Bank (monetair beleid) opgenomen, als zij de wettelijk gestelde plafondwaarden voor de staatsschuld en voor opname van kortlopende voorschotten bij de Centrale Bank van Suriname zouden overtreden. Zij worden in dat geval met gelijke munt terugbetaald! Maar zoals Governor Telting schreef in zijn Ten geleide van het boek: “De tegenhanger van deze zware strafsancties is dat impliciet het laatste woord aan de twee monetaire autoriteiten is gegeven, waar het om die twee specifieke aspecten van beleid gaat. Het komt erop neer dat de monetaire autoriteiten de facto een veto hebben verkregen op deze twee gebieden van hun werkzaamheid.”

Ik had de eer van de ook internationaal zeer gerespecteerde Governor een exemplaar van het boek toegezonden te krijgen. Hij schreef daarin met vaste hand: “aangeboden aan Henri Does, publicist onder pseudoniem Theo Para, indachtig zijn grote verdiensten als voorvechter voor de terugkeer van gerechtigheid en democratie in ons dierbaar vaderland: Suriname.” Zijn waarderende woorden raakten mij diep. Contemplatief zocht ik de essentie van mijn gevoel, het was geen trots, eerder nederigheid.

Henry Does is arts en schrijft onder pseudoniem van Theo Para in diverse bladen columns over Suriname, Nederland, de Antillen en Aruba