Zoeken | Sitemap | Links | Contact | Disclaimer | Print Pagina
 

Politiek en bestuur \ Suriname \ Bouterse (3): Sankatsing
Bouterse (3): Sankatsing

BENOEMING DR. SANKATSING BIJ UNIVERSITEIT ARUBA OMSTREDEN

door Henry Does (20-4-2008)

Oranjestad - De benoeming van de uit Suriname afkomstige dr. G. Sankatsing als directeur van het ‘Center for Research and Development’  van de Universiteit van Aruba is omstreden. In paginagrote advertenties in het grootste Arubaanse dagblad Diario – papiamentstalig - heeft de mensenrechten- en milieuorganisatie Rainbow Warriors International (Aruba) geprotesteerd tegen de benoeming van de ex-minister van het militaire regime van voormalige Kol. Bouterse. Ook werd de kwestie aangekaard bij de Tweede Kamer en Amnesty International. In genoemde advertenties, compleet met een foto van Sankatsing, wordt met afdrukken uit een officieel OAS-rapport geciteerd uit de brief die Sankatsing, kort na de decembermoorden als plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken heeft gezonden aan de Inter-Amerikaanse OAS-commissie voor de rechten van de mens. In zijn brief schreef Sankatsing over de massamoord van 8 december 1982 in het Fort Zeelandia te Paramaribo het volgende:

'in verband met de rapportage over de executies in Suriname, wens ik u te informeren, dat deze rapportages de waarheid van hetgeen is voorgevallen niet weergeven. In een officiële verklaring van het militair gezag is formeel alsvolgt verklaard. Op 8 december 1982 werd een aantal personen gedood. Die personen waren gedetineerd in verband met hun betrokkenheid bij activiteiten om de regering omver te werpen door gewelddadige maatregelen. Zij zaten in voorarrest en werden gedood tijdens een onfortuinlijk voorval toen zij probeerden te ontvluchten. Het Nationaal Leger en de regering zullen erop toezien dat dergelijke gebeurtenissen in de toekomst zullen worden voorkomen.'

(De volledige Nederlandstalige vertaling van het OAS-rapport (1984) is naast de Engelse editie te downloaden via www.decembermoorden.com). Sankatsing heeft zich tegen de kritiek van Rainbow Warriors International (Aruba) trachten te verdedigen met een brief aan de ‘collega’s’ van de Universiteit van Aruba en een propagandistisch ingezet interview in een ander papiamentstalig dagblad Bon Dia.


Naar aanleiding van de publieke discussie in Aruba, schreef Henry Does (publicistennaam Theo Para), die zelf jaren in Aruba als medicus heeft gewerkt - en in de jaren negentig in het dagblad Amigoe een geduchte polemiek tegen Sankatsing over hetzelfde thema heeft gevoerd - onderstaande open brief aan Milton Ponson, voorzitter van Rainbow Warriors International (Aruba).

Aan Rainbow Warriors International (Aruba)

Beste  heer Milton Ponson,

Na het lezen en overdenken van de verschillende mij uit Aruba toegezonden artikelen en brieven over de omstreden benoeming van dr. G. Sankatsing tot directeur van het ‘Center for Research and Development’ van de Universiteit van Aruba, hierbij met deze open brief enkele reflecties mijnerzijds:

Ik houd mij vanaf het prille begin bezig met de strijd om gerechtigheid betreffende de decembermoorden. In al die tijd ben ik geen aanwijzing tegengekomen voor directe, bewuste betrokkenheid van Sankatsing bij de voorbereiding en uitvoering van de decembermoorden. In zijn brief aan zijn universiteitscollega's in Aruba voert hij dat ook aan ter verdediging. Hij zegt dit: er is nu sprake van een strafproces in Suriname en ik ben geen verdachte, dus onschuldig. De kritiek op zijn verleden ziet hij verder als laster. Zijn uitgangspunt hierbij is dat het bij de decembermoorden slechts moord betrof, het ging echter om meer…

De decembermoorden werden vergezeld van het in brand schieten van radiostations, een drukkerij en een vakbondsgebouw. Alle onafhankelijke media werden verboden. Suriname werd letterlijk van de buitenwereld afgegrendeld. De overgebleven democratische rechten werden onder de voet gelopen. De burgerregering (waar Sankatsing als minister van Arbeid in zat) trad af. De decembermoorden waren geen incident, maar het meeste wrede onderdeel van een totalitaire greep naar de absolute macht door de Bouterse-kliek. De moorden waren onderdeel van een coup binnen de militaire dictatuur. Daarbij werd met name het conflict tussen de groep rond Bouterse en die rond zijn rivaal Horb beslecht. De laatste werd niet veel later 'aan het touwtje van zijn onderbroekje verhangen’, dood aangetroffen in zijn cel. ‘Op de vlucht opgehangen’ heet het in de Surinaamse volksmond. Op 7, 8 en 9 december 1982 greep binnen het regime ‘links’ de absolute macht door 'rechts' letterlijk om zeep te brengen. Wat was in dit macabere, surrealistische machtsspel de rol van Sankatsing?

Terwijl de politieke vrijheid was opgeheven voor politieke partijen, mochten twee kleine 'linkse' partijtjes wel deelnemen aan de macht. De Progressieve Arbeiders en Landbouwers Unie(PALU) van Alibux en Krolis en de pro-Castro Revolutionaire Volkspartij (RVP), waartoe Sankatsing behoorde. In die hoedanigheid was Sankatsing minister van Arbeid in het kabinet Neijhorst, dat kort na de decembermoorden haar ontslag indiende. Premier Neijhorst en verschillende andere civiele ministers konden uit gewetensnood zo niet verder met de militairen. Echter, ondanks die moorden en repressie van de bevolking bedankte Sankatsing niet voor de macht. Sterker nog, hij trad op als plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken, en verving daarbij een andere Bouterse-minister H. Naarendorp. In die hoedanigheid gaf hij de historische, leugenachtige verklaring over de decembermoorden aan de Inter-Amerikaanse mensenrechten commissie van de OAS, een verklaring die u aanhaalde in uw protestadvertenties.

Waarvan getuigt deze verklaring van Sankatsing?

Het is feitelijk en formeel een voorbeeld van valsheid in geschrifte. Sankatsing begint met te stellen dat de berichten over executies niet waar zijn. Zoals bevestigd door internationaal onderzoek waren die berichten die zeiden dat er sprake was executies waar, en Sankatsing kon het weten, want heel Suriname wist dat. Zonder dat een (onafhankelijk) onderzoek was ingesteld kwam onze research academicus tot zo een monsterlijke leugen. Terecht stelt u naar aanleiding van dit feit de integriteitsvraag bij de nieuwe directeur van het ‘Center for Research and Development’ van de Universiteit van Aruba. Immers, op een beslissend moment van leven en dood - waar het notabene ook ging om de fysieke en psychische integriteit van de decaan van de sociaal-economische faculteit, Dr. Gerard Leckie, en de directeur van het Rekencentrum, Dr. Suchrin Oemrawsing, beiden zeer gewaardeerde universiteitsdocenten, gaf plaatsvervangend minister Sankatsing, niet gehinderd door zelfs de schijn van onderzoek, een schaamteloze, leugenachtige, internationale verklaring als een heuse marionet van de machtsstaat. De vraag opwerpen of zo iemand het gezag van een academicus en intellectueel waardig is, is geen laster, maar een legitieme vraag naar de werkelijke substantie van een academische en bestuurlijke pretentie.

In zijn schrijven aan de OAS commissie verwoordde Sankatsing verder met instemming de leugenachtige verklaring - ' op de vlucht neergeschoten' - van de moordenaars. Uit zo een verklaring, waarbij je jouw ministeriële gezag misbruikt om de wreedste soort misdrijven toe te dekken, zou wellicht een vorm van medeplichtigheid kunnen worden betoogd. In elk geval leende Sankatsing zich hiermee voor bewuste misleiding van het mensenrechten-onderzoeksteam van de OAS met het oogmerk de ware toedracht te verhullen en de daders te beschermen, om zo de eigen politieke machtspositie te behouden. Maar bovenal heeft de overambitieuze Sankatsing met zijn verwerpelijk schrijven een fundamentele karakterfout gedemonstreerd: hij demonstreerde minachting voor het recht op leven van politieke tegenstanders, minachting ook voor het recht van hun kinderen, partners, moeders, vaders en grootouders op de waarheid en gerechtigheid en minachtig voor de fundamentele rechten van de mens.

Voor wat betreft de actuele integriteitsvraag komen bij mij de volgende vragen op:

  • Heeft Sankatsing ooit officieel afstand genomen van zijn verklaring aan de OAS commissie? Zo ja, wanneer, waar en hoe?
  • Heeft hij bij de Inter-Amerikaanse mensenrechtencommissie van de OAS zijn eerdere verklaring ingetrokken en/of gecorrigeerd? Zo niet, dan staat die verklaring tot de dag van vandaag onweersproken door hem zelf, en dus staat hij er formeel, naar het OAS archief, nog achter.
  • Waarom heeft Sankatsing zo een verklaring afgegeven terwijl er geen onderzoek aan ten grondslag lag?
  • Heeft Sankatsing ooit publiekelijk of anderszins spijt betuigd over zijn verklaring en excuus aangeboden aan de nabestaanden van de slachtoffers, aan Suriname en de OAS mensenrechtencommissie?
  • Heeft Sankatsing ooit spijt betuigd en/of afstand genomen van zijn participatie in de bestuurlijke top van de militaire dictatuur?
  • Heeft Sankatsing, die nu om steun roept van zijn Arubaanse en Nederlandse ‘universiteitscollega’s’, in december 1982 een poot uitgestoken om universiteitsdocenten - die zonder reden waren gearresteerd - van de fatale repressie te redden? Of te protesteren toen zij werden vermoord of nadat zij waren vermoord? Zo niet, hoe kan Sankatsing het moreel verkopen nu een geloofwaardige universiteitscollega te zijn?

Het huidige strafproces in Suriname behandelt de decembermoorden als een gewone moord naar het Surinaamse Burgerlijk Wetboek van Strafrecht. Dat betreft een smalle delictomschrijving die alleen de directe schuldigen aanpakt (marteling is overigens al verjaard) en die bovendien uitgaat van een functionerende rechtsstaat. Het probleem van 8 december 1982 was echter dat de machtsmiddelen van de staat zelf werden ingezet door de moordenaars, 8 december markeerde de negatie van de rechtsstaat. Voor dat soort situaties kent het volkenrecht de delictomschrijving misdrijven tegen de menselijkheid. Zo een bredere delictomschrijving als misdrijven tegen de menselijkheid, zou naast de direct betrokken daders, ook lieden die binnen het systeem van repressie, vervolging en ontrechting topposities innamen, in beeld brengen. Wellicht zou Sankatsing zich bij die volkenrechtelijke delictomschrijving ook strafrechtelijk moeten verantwoorden. Niet schuldig aan moord in dit strafproces, wil dus niet zeggen (moreel) onschuldig als het gaat om schending van de rechten van de mens, of deelname aan een moorddadige militaire dictatuur.

In het geval van Sankatsing is ook het volgende veelzeggende feit een essentieel punt bij de integriteitsweging. Terwijl de decembermoorden zelfs voor veel aanhangers van de dictatuur aanleiding waren afstand te nemen van Bouterses draconische ‘revolutie’,  profiteerde Sankatsing carrièregewijs, evenals andere lieden van PALU en RVP van de decembermoordencoup. In het kabinet (Bouterse-) Alibux van 28 februari 1983 – nog geen 3 maanden na de moorden - trad Sankatsing aan als minister van Onderwijs en Wetenschap. Dat totalitaire kabinet schafte in zijn regeringsverklaring van 1 mei 1983 definitief de parlementaire democratie (inclusief algemene verkiezingen) af! De rechteloze positie van de bevolking die met de decembermoordencoup was ontstaan werd gesanctioneerd.

Sankatsing heeft met dat ministerschap, naast de mensenrechten, de normen en waarden van onderwijs en wetenschap verraden, door verantwoordelijkheid te nemen voor de leugen dat onderwijs en wetenschap mogelijk zijn onder een regime dat de mensen van onderwijs en wetenschap zonder vorm van proces afslacht. Naast de universiteitsdocenten reken ik, in dit verband, onder meer ook de vermoorde journalisten (vijf) en advocaten (vier) tot mensen van onderwijs en wetenschap. Terecht sprak Suriname’s belangrijkste essayist Anil Ramdas in het kader van 8 december 1982 over een ‘moord op het intellect’.

Heeft Sankatsing voor zijn deelname aan deze regering van de decembermoorden spijt betuigd? Heeft hij excuus geboden aan de mensen van onderwijs en wetenschap, aan de docenten, scholieren en studenten? Aan de nabestaanden van de slachtoffers?Wat was trouwens de bijdrage van Sankatsing aan het huidige strafproces in Suriname? Heeft hij de onderzoeksrechter of het Openbaar Ministerie zijn steun aangeboden? Heeft hij bij hen zijn verklaring aan de OAS mensenrechtencommissie ingetrokken?

En de grote vraag voor Aruba is natuurlijk: heeft Sankatsing bij zijn sollicitatie voor de functie van directeur van het ‘Center for Research and Development’ van de Universiteit van Aruba, bovenstaande zeer relevante feiten verteld aan de sollicitatiecommissie? Heeft hij zijn volledig curriculum vitae verteld, opdat de Universiteit van Aruba en de Arubaanse universiteitsgemeenschap niet - zoals nu onverwachts gebeurde - (internationaal) in verlegenheid konden worden gebracht?

Tot zover enkele van mijn overdenkingen,

Saludas codial,

Henry Does

SPONG OVER DE KWESTIE SANKATSING
 
Spong schrijft in zijn commentaar op Sankatsing’s brief: “Medeplichtigheid aan moord zal hem niet verweten kunnen worden, omdat niet voldaan is aan het bewijsvereiste dat zijn (posterieure) behulpzaamheid de moorden ‘gemakkelijk(er) heeft gemaakt of bevorderd
". Het verwijt van valsheid in geschrift ten opzichte van de OAS is echter wel op zijn plaats. Daarnaast is, naar het zich laat aanzien, hij met deze valse verklaring behulpzaam geweest jegens Desi B. in het ontkomen aan de nasporing van of aanhouding door ambtenaren van justitie of politie, zoals strafbaar gesteld in art. 241 sub 1 van het Surinaams wetboek van strafrecht, bedreigd met een maximum gevangenisstraf van 6 maanden. Weliswaar een lichte strafbedreiging, die met 1/3 kan worden verhoogd (ex art. 69 Sr Sur) omdat Sankatsing gebruik maakte van macht of gelegenheid hem door zijn ambt geschonken, maar niettemin toch een misdrijf. Met betrekking tot het beroep op het onschuldbeginsel door Sankatsing merk ik op dat dit beroep faalt, aangezien het onschuldbeginsel gericht is tot de overheid in zijn behandeling van burgers tegen wie een "criminal charge" is ingediend. Het onschuldbeginsel laat dus onverlet dat onder omstandigheden wandaden van een persoon gepubliceerd mogen worden.”
Naar aanleiding van de brief van Spong zei Does in een interview het volgende: “Sankatsing moet de eer aan zichzelf houden, om zo de Universiteit van Aruba en haar researchcentrum te ontzien.” Volgens Does zullen ‘met de inhoudelijke behandeling van de decembermoorden in het strafproces de lugubere details bekend worden en aanleiding vormen voor pijnlijke publieke discussies over het verwerpelijke regime. Ook in de affaire Sankatsing zal de hernieuwde actualiteit van het donkere verleden tot nieuwe, grotere publieke aandacht leiden. Het goede imago van de Universiteit van Aruba zou daar geen schade van mogen ondervinden.’