![]() |
Zoeken | Sitemap | Links | Contact | Disclaimer | Print Pagina | |||
![]() ![]() ![]() ![]() |
||||
|
Literatuur en gedichten \ Aanbevolen literatuur \ De tien plagen van de staat De tien plagen van de staat Frank Ankersmit en Leo Klinkers (red.), De tien plagen van de staat. De bedrijfsmatige overheid gewogen, Van Gennep 2008 door Leo Klinkers en Frank Ankersmit (24-03-2008) Een kanttekening vooraf. Als redacteuren en coauteurs van deze bundel past het niet om een klassieke boekbespreking te plegen met een oordeel over de kwaliteit van dit boek. Dat laten we graag aan anderen over. Wij volstaan met een beschrijving van de context waarbinnen deze bundel is ontstaan, inclusief een korte duiding van de inhoud. De achtergrond Op 20 maart 2008 presenteerden wij in de Campus van de Leidse Universiteit in Den Haag een bundel van tien bijdragen rond het thema plagen van de staat. Dat boek is een van de uitvloeisels van ons werk binnen de Nationale Conventie, die in oktober 2006 haar eindrapport aan het kabinet aanbood. Een van de onderwerpen die wij als Nationale Conventie ten gronde moesten analyseren waren eventuele defecten in de relatie tussen parlement en regering. Het kabinet verzocht de Conventie om te komen met voorstellen tot reparatie daarvan, ter versterking van de parlementaire democratie en daarmee tot herstel van vertrouwen tussen overheid en samenleving.
Tot onze verbazing gebeurden er toen twee dingen. Bijna allemaal kozen ze niet voor de licht-ironiserende stijl van Voltaire, maar voor het tamelijk harde J’accuse van Zola. En elke plaag werd geplaatst in de context van een overheid die verdwaald is in een woud vol concepten die uit het bedrijfsleven afkomstig zijn, aldaar hun nuttige functie hebben, maar binnen een staatsbestel averechts werken. Elk – overigens loffelijk –streven naar meer efficiency binnen de overheid blijkt in de praktijk tot contraproductieve resultaten te leiden. De tot in de hemel geprezen marktwerking blijkt de facto een marxistisch-leninistische marktordening te benaderen met een onvoorstelbare bureaucratisering van de relaties tussen overheid en haar burgers, uitvoerders, maatschappelijk middenveld en bedrijfsleven. Het ‘economiseren’ van de relaties tussen staat en samenleving heeft geleid tot erosie van de rechtsorde. Verrassend genoeg was dat ook het leidend motief van het jaarverslag van de Nationale Ombudsman, een dag eerder gepresenteerd op 19 maart 2008 in het plenum van de Tweede Kamer. De staat verhardt, verruwt en toont zich steeds onverschilliger tegenover zijn burgers. Dat beschadigt het vertrouwen dat de samenleving in haar overheid moet kunnen hebben. Deze visie van de Ombudsman ondersteunt de portee van de bundel, die een dag later op 20 maart in ontvangst werd genomen door Syp Wynia, redacteur van Elsevier, bekend om zijn columns in de stijl van onze bundel.
De inhoud Frank Ankersmit opent de reeks met De plaag van de transactiestaat. Hij analyseert aan de hand van het werk van D.J. Wolfson, Transactie als bestuurlijke vernieuwing. Op zoek naar samenhang in beleid en uitvoering (WRR, AUP 2005), waar het conceptuele kader van de transactiestaat vanuit democratisch oogpunt tekort schiet. Jouke de Vries, directeur van Campus van de Leidse Universiteit in Den Haag, beschrijft in Ambtenaren zonder inhoud hoe de intrede van de managementstaat (zie ook zijn Paars en de managementstaat, Garant 2002) van hun inhoudelijke denken heeft beroofd, leidend tot een bureaucratie zonder politiek, autocratisch aangestuurd door markteconomisch denken. Luchien Karsten neemt in Managementconcepten in de overheidsdienst: een historische terugblik, de verbijsterende hoeveelheid hypes bij het overheidsmanagement op de korrel. Hij laat zien hoezeer het zogenaamde economiseren en commercialiseren van de staat schade toebrengt aan concepten als rechtsorde en rechtsstatelijkheid. Margo Trappenburg neemt in haar bijdrage Veranderdrift de lezer mee in een bijtende satire op de niet-aflatende drift binnen de publieke sector om altijd alles maar te willen veranderen, zonder dat vooraf ook is nagegaan of dat ook tot verbetering zou kunnen leiden. Eveline Tonkens gaat in Marktwerking in de zorg: duur, bureaucratisch en demotiverend opnieuw in de aanval op het veelgeprezen instrument van de marktwerking als panacee voor een meer effectieve en efficiënte overheid. Zij toont aan dat het tegendeel meestal het geval is. Paul de Goede beschrijft in Interactief beleid en de gijzeling van een idee de twee kanten van interactieve beleidsvorming: de kant van overheidsdienaren die het in conceptuele onwetendheid misbruiken als instrument om de eigen politieke doelen door te drukken, en de kant van de essentie van dit type beleidsvorming ter democratisering en verbetering van politieke besluitvorming. Paul Frissen brengt de lezer in zijn bijdrage De preventieve staat: waarom de droom van de gelijke samenleving een nachtmerrie is, naar woorden als sluipende verruiming van terreurbestrijding, een moraliserende en paternalistische staat die met directieve normalisering en disciplinering burgers in beleidsgevangenissen stopt. Sandra van Thiel beschrijft in Het legenestsyndroom: ministeries na verzelfstandiging, kritische aspecten van de sequelen van een efficiencyoperatie uit de jaren negentig uit, te weten het op afstand plaatsen van overheidsdiensten in de vorm van zelfstandige bestuursorganen (zbo’s). Martin Sommer was aanwezig bij de zittingen van de parlementaire onderzoekscommissie onderwijs, de commissie Dijsselbloem. In Zwevende politici: over de onderbouwing van twintig jaar radicale onderwijsvernieuwingen laat hij zien dat het concept van een lerende overheid niet van toepassing was op het ministerie dat voor het leren van de mens is ingesteld. Leo Klinkers sluit met Gebrek aan politiek vakmanschap de reeks. Daarin voert hij de door de anderen beschreven plagen terug op een erosie van het politieke vakmanschap van de Tweede Kamer sinds medio jaren zeventig, een proces van verval dat zijn inziens omstreeks 2000 heeft geleid tot het einde van de politieke levenscyclus die in 1945 was begonnen. Al met al is het boek een aanval – niet op de goede bedoelingen, maar – op de desastreuze uitwerking van het neoliberalisme. Dat beloofde de burger een vrijere verhouding ten opzichte van de staat. Het tegendeel blijkt. Daarom poneerden wij tijdens de presentatie op 20 maart 2008 de volgende stellingen, goed voor een levendige discussie:
|
||||