Zoeken | Sitemap | Links | Contact | Disclaimer | Print Pagina
 

Politiek en bestuur \ Suriname \ Bouterse (2): Doden is taboe
Bouterse (2): Doden is taboe

DODEN IS TABOE
 
Speech van arts-publicist Henry Does tijdens de 8 decemberherdenking in de Mozes en Aäron Kerk in Amsterdam, gepubliceerds in De Ware Tijd van 8 dcember 2007.

25 jaar geleden wonnen in Suriname, de destructieve emoties het van de rede. Woede, vijandigheid, rancune en moordzucht; het Manifest van de Revolutie had die emoties alsvolgt verwoord: ‘Het komt erop neer dat wij de onwaarachtige parlementaire democratie van het neo-kolonialisme tot aan de bodem zullen afbreken..’. Kenneth Gonçalves, toenmalig Deken van de Orde van Advocaten, had op 23 november 1982,  namens democratisch Suriname, in een brief aan de dictator, de weg van het rationele denken bepleit. Hij drong aan op respect voor de Surinaamse bevolking, voor ‘haar niveau, haar cultuur-historische achtergrond, haar staatkundige traditie en haar geïnteresseerdheid in het politieke gebeuren.’ Hij waarschuwde dat de totalitaire staatsopvatting tot ‘ongekende repressieve machtsuitoefening’ zou leiden. Gonçalves nodigde uit tot wat hij noemde ‘een proces van constructief verlopende dialoog.’
Hij werd evenals vijftien andere vooraanstaande critici van het militaire regime, waaronder mijn kameraad Bram Behr, slachtoffer van de decembermoorden.
De decembermoorden en daarmee verbonden, het in brand schieten van vakbonds- en persgebouwen, het verbieden van media en militariseren van het openbare leven, waren deel van het masterplan voor vestiging van een totalitaire regime. En inderdaad, de parlementaire democratie was in de regeringsverklaring van 1 mei 1983 definitief afgeschaft. De decembermoorden waren dan ook geen incident, zoals de daders en hun politieke zaakwaarnemers willen doen geloven, maar misdrijven tegen de menselijkheid met het oogmerk elke oppositie tegen de alleenheerschappij van de megalomane Leider van de Revolutie definitief in de kiem te smoren. In hun waanzin en weerzinwekkendheid gingen de moorden de publieke verwachting zover te buiten, dat velen niet konden geloven dat de daders Surinamers waren. En toch, volk van Suriname, daders en slachtoffers, het waren uw eigen zonen.

Straffeloosheid

Hoe heeft dit kunnen gebeuren? De staatsgreep van 25 februari 1980 maakte, in de nog geen 5 jaar oude republiek, bloedig een eind aan een parlementair politiek stelsel waaraan veel viel te verbeteren, maar dat wel een vreedzaam politiek leven mogelijk maakte. Aan het morele fundament van het openbare leven was abrupt een eind gekomen. Het was nu toegestaan te doden om politieke doelen te bereiken. De nieuwe machthebber demonteerde in hoog tempo en onder dreiging van geweld de  checks and balances van de Surinaamse staat. De Rekenkamer hield op te bestaan, de burgerregering was een bestuurlijke illusie, van een volksvertegenwoordiging was letterlijk geen sprake meer en de rechterlijke macht werd tot window dressing. Tegelijkertijd was Peter’s Pinciple troef. Nu geweld en revo-nepotisme, in plaats van opleiding, training en toetsing, toegang verschaften tot staatsfuncties, kwam op grote schaal de onbekwaamheid aan de macht. Zonder rule of law was de Surinaamse samenleving overgeleverd aan de gewapende willekeur. Toen de machthebber een bondje sloot met El Máximo Lider in Havana, en Suriname tot een arena van de Koude Oorlog maakte, was de context voor een venijnig nationaal conflict compleet. Juist omdat de democratische structuren om zeep waren geholpen, ontbraken functionele kaders voor het vreedzaam oplossen van de meningsverschillen en conflicten. De cultuur van de straffeloosheid was een feit, een vreedzame oplossing was volledig afhankelijk van de zelfbeheersing en zelfdiscipline van de handvol personen aan de macht. De black box van de ramp van Fort Zeelandia zit in het hoofd van de dader.
Aaron T. Beck is psychiater en vader van de cognitieve gedragstherapie. Hij schreef over de denkwijze van geweldenaren het boek PRISONERS OF HATE. Hij laat daarin treffend zien, hoezeer de denkwijzen van de vrouwenmishandelaar, de ordinaire crimineel, de politieke moordenaar, de etnische zuiveraar en de genocidepleger, overeenkomen. Hun denken kenmerkt zich door extreem dualisme, het is jij of ik, zij of wij, dader of slachtoffer. Beck noemt het primal thinking, oerdenken, verwijzend naar het  overlevingsdenken uit onze vroeg-evolutionaire periode. In de ogen van onze geweldenaar is zijn slachtoffer dader. Zijn slachtoffer wordt in zijn ogen ontmenselijkt, zij of hij wordt tot verpersoonlijking van het Kwaad, tot de Vijand met hoofdletter, die straf verdiend, en veelal de dood. De dader stelt zichzelf voor as onschuldig slachtoffer, niet zijn slachtoffer, maar hij wordt bedreigd. Met deze verdraaiingen, die zich vaak aan het eigen bewustzijn onttrekken, haalt de dader morele en sociale belemmeringen tegen geweld en moord neer, en staat hij zichzelf het destructieve, anti-sociale gedrag, toe.
Ook de slachtoffers van de decembermoorden ondergingen het lot van stigmatisering en dehumanisering. Zij werden gedemoniseerd, valselijk beschuldigd van poging tot staatsgreep, dit jaar nog noemde de hoofdverdachte hen handlangers van het buitenland. De slachtoffers waren geen wij, ze waren zij. Niet de slachtoffers werden bedreigd, nee, volgens de hoofdverdachte werden de daders bedreigd. Deze zelfde denkformule brengt de hoofdverdachte ook nu weer te berde. Met nu minister Santhoki van Justitie en Politie en president Venetiaan als zijn doelwit. En weer, zij zijn de ‘duivel’ en ‘staatsgevaarlijk’, en hij, hoe lief, met zijn missie in de handen van God, hij de onschuld zelf zou nu vermoord dreigen te worden! In 25 jaren is de wereld veel veranderd, in het hoofd van de hoofdverdachte is de tijd stil blijven staan, het is daar nog steeds 8 december 1982! Als het alleen aan hem zou liggen zou het gevaar voor herhaling dan ook levensgroot zijn.

Taboe

De apologeten van amnestie en waarheidscommissies, lees straffeloosheid,  zijn dan ook roekeloos jegens de vitale belangen van de Surinaams bevolking en staat. Een belangrijke functie van de rechtspraak is de bescherming van de samenleving. De daders zijn ook na de decembermoorden voortgegaan met hun gewelddadige anti-sociaal gedrag, de massaslachting in Moi Wana in 1986 is daarvan het meest schrijnende voorbeeld. Hun criminogene denkwijze is ook nu, zo bewijzen de haatspeeches in OCER, het partijgebouw van de NDP, springlevend. Niet alleen zouden via vrijheidsstraffen mensen die zulk een gevaar vormen voor andere burgers van de straat en staat moeten worden gehouden, er zou ook door psychiatrisch onderzoek moeten worden vastgesteld in hoeverre zij ook na eventueel uitzitten van straf een gevaar blijven vormen voor hun medemens. Er zijn deskundigen die in het anti-sociale politieke gedrag aanwijzingen zien voor psychopathologie. Een president zal zich niet gemakkelijk laten verleiden tot amnestie voor een veroordeelde psychopaat.
Surinamers zijn hun naïviteit kwijt. Zij verwachten de waarheid niet te horen van diegene die publiekelijk loog dat de slachtoffers ‘op de vlucht zijn neergeschoten’, of die aan eigen aanhang valse alibiverhalen vertelde, of de schuld in de schoenen van zijn overleden kameraden trachtte te schuiven. Suriname heeft, door actie van de nabestaanden, gekozen voor beëindiging van de straffeloosheid, voor het reconstrueren van de feiten en het spreken van recht in het kader van een eerlijke rechtsgang. Ons land sluit hiermee aan bij de toenemende trend in de wereld de daders van misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en genocide voor het gerecht te slepen.
Toch is er meer nodig. Dit jaar werd Lilian Gonçalves-Ho Kang You, weduwe van Kenneth Gonçalves en nu voorzitter van Amnesty Internationaal, voor haar inzet voor de mensenrechten, vrouwenrechten en voor haar maatschappelijke betrokkenheid onderscheiden met de Mandeville Penning en de Aletta Jacobs Prijs. In haar Mandeville Lezing, getiteld ‘Grenzeloze waardigheid’, zei ze onder meer: ‘In de Verklaring (de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens) strijden burger- en politieke rechten niet om voorrang met economische, sociale en culturele rechten, maar worden alle rechten gelijkelijk ingezet ter bescherming van de menselijke waardigheid. De individuele menselijke waardigheid’. Mensen die door economische en sociale stressoren in een staat van chronische stress leven, verkeren in een vecht- of vluchttoestand, zij neigen meer naar primal thinking en zijn kwestbaarder voor de manipulaties van de haatpolitici. Een duurzame sociaal-economische ontwikkeling, effectieve armoedebestrijding en het bieden van een levensperspectief aan alle burgers, horen dan ook bij het opbouwen en consolideren van een democratische samenleving. In het onderwijs zouden effectieve programma’s voor het aanleren van sociaal cognitieve vaardigheden moeten worden geïncorporeerd. Kinderen en daarmee ook ouders, moeten leren hoe de destructieve emoties te voorkomen of te verminderen. Menselijke vermogens als empathie, verbondenheid, samenwerking en altruïsme – in de woorden van Beck de ‘brighter side of human nature’ , zouden moeten worden gecultiveerd. Rechten gelden niet alleen voor mij of voor mensen van mijn groep of partij, maar voor alle mensen. Het recht op leven is onaantastbaar, doden om politieke doelen te bereiken hoort weer - ouderwets Surinaams - taboe te zijn! Met het 8 december strafproces bekent de republiek Suriname kleur: in een geciviliseerd land is er geen plaats voor willekeurig geweld, zelfs massamoordenaars hebben recht op een eerlijk proces. De moedige mannen en vrouwen in Suriname die daarvoor staan verdienen dan ook alle steun. Slechts in gerechtigheid berusten.

8-12-2007